De Europese eidereend is een forse eend (55 cm groot), die voorkomt in het noorden van Europa en in Noord- en Zuid-Amerika.Het mannetje heeft een zwarte buik en witte rug, witte borst met roze tint; de kop wit met zwarte kruin; groene vlekken op zijden van nek en achterhoofd; witte vlek op stuitzijden. een korte, dikke nek en geheel witte voorvleugel, contrasterend met zwarte veerschachten. Snavel met lang, driehoekig profiel, in bijna rechte lijn overlopend in plat voorhoofd, olijfgrijs, met gele of groene tint aan basis. Mannetje in eclipskleed zeer variabel, voornamelijk zwartachtig bruin behalve witte vlek op zijden en wit op vleugel. Het vrouwtje is warmbruin met zwarte streping, in vlucht met twee beige of witte vleugelstrepen. Juveniel lijkt op vrouwtje maar doffer. Jonge vogels ruien langzaam naar adult kleed en mannetjes daarom met onregelmatige zwart-witte tekening. Door deze vorm is de snavel bijzonder krachtig en daarmee een prima gereedschap om hun voornaamste voedsel, mosselen, los te trekken van de mosselbanken.

De eidereenden die wij hier in onze streken zien, leven in de zomer meestal in het noordoosten van Europa, onze winters zijn voor hen mild, dus overwinteren ze hier, veelal in en rond de waddenzee.
De nominaatvorm, de mollissima mollissima komt bij ons voor, in Amerika en in Noord-Europa leven nog 5 ondersoorten:

de Amerikaanse eidereend (Somateria mollissima dresseri)
de Faeroe eidereend (Somateria mollissima faeroeensis)
de Hudsonbay eidereend (Somateria mollissima sedentaria)
de Noordelijke eidereend (Somateria mollissima borealis)
de Pacifische eidereend, de grootste van allemaal (Somateria mollissima v-nigra)

Behalve mosselen eten deze zee-gebonden watervogels ook andere schelpdieren. Ze eten deze in hun geheel op en breken de schelpen in de sterke spiermaag. De uitwerpselen van de eidereend zijn dan ook extreem kalkrijk, wat de duinvegetatie weer ten goede komt. Ook worden soms krabben en zeesterren gegeten, maar alleen als er geen schelpdieren voldoende aanwezig zijn.

Eidereenden broeden vlak bij zee, vaak in de duinen, soms op rotspartijen. Het nest bestaat uit een eenvoudig kuiltje dat het vrouwtje bekleedt met haar eigen dons dat ze van haar borst plukt. Het mannetje bemoeit zich niet met het broeden en met de jongen. De dames staan er alleen voor, vandaar dat ze bijna altijd in groepen broeden. Een legsel bestaat uit gemiddeld 3 eieren en omdat de vrouwtjes dicht bij elkaar broeden, komt het voor dat 2 vogels hun eieren in hetzelfde nest leggen. Na 28 dagen komen alle eieren uit, de jongen kunnen direct lopen en hun moeders lopen meteen met ze naar zee. Ook op zee verzamelen de moeders zich weer in grote groepen, niet broedende vrouwtjes helpen daar mee de jongen te beschermen en te voeden. De jongen krijgen kleine schelpdieren te eten, ook zij breken de schaal pas in hun maag.

Eidereenden kunnen zo'n 30 jaar oud worden. watervogelbond.be/nl

Loading more stuff…

Hmm…it looks like things are taking a while to load. Try again?

Loading videos…