toneelhuis.be/#!/nl/readmodus/production/?id=6419

Toneelhuis I Bart Meuleman

‘Zijn beste werk’ noemde Hugo Claus De verwondering, de roman die hij vroeg in zijn carrière, in 1962, schreef. Sappig, bruut, lelijk, plezierig en donker. Dat is wat bewerker en regisseur Bart Meuleman in gedachten heeft voor zijn theaterversie van deze caleidoscopische roman.

Hoofdpersonage is Victor-Denijs de Rijckel, een 37-jarige leraar Engels-Duits, die na zijn scheiding een uitzichtloos leven leidt. Als hij op het Bal van het Wit Konijn in Oostende een gemaskerde vrouw ziet, ontwaken zijn driften opnieuw. Deze vrouw wil hij ontmoeten. Een schooljongen, Albert Verzele, neemt hem mee op een tocht door Vlaamse velden tot bij een kasteel. Daar woont niet alleen de vrouw die hij begeert, het blijkt ook het brandpunt van de verering voor een zekere Crabbe, een voorman van het fascisme die tijdens de oorlog mysterieus verdween. Gaandeweg gaat de Rijckel zich steeds meer met Crabbe identificeren. Het doet hem uiteindelijk in de psychiatrie belanden.

Via de crisis van het hoofdpersonage voert Hugo Claus ons naar de meest akelige bladzijden van het flamingantisme. “Het is een beerput die de Rijckel in dat dorp aantreft, maar hij valt er uiteindelijk zelf in”, aldus Meuleman. Vlaanderen boven. Of toch niet?

-

FR
toneelhuis.be/#!/fr/production/de-verwondering

« Sa meilleure œuvre » disait Hugo Claus du roman intitulé De verwondering (L’étonnement) qu’il a écrit au début de sa carrière, en 1962. Savoureux, brute, laid, réjouissant et sombre. Voilà ce qu’a en tête l’adaptateur et metteur en scène Bart Meuleman pour sa version théâtrale de ce roman kaléidoscopique.

Le protagoniste, Victor-Denijs de Rijckel, un professeur d’anglais-allemand de 37 ans, mène une vie sans perspective après son divorce. La vue d’une femme masquée au « Bal du Lapin blanc » à Ostende réveille ses pulsions. Il veut la rencontrer. Un élève, Albert Verzele, le conduit à travers la campagne de Flandre dans un château. C’est là que vit la femme que Victor-Denijs désire, mais c’est aussi le lieu de rencontre d’un groupe vouant un culte à un certain Crabbe, chef de file du fascisme flamand, qui a mystérieusement disparu pendant la guerre. Chemin faisant, De Rijckel va s’identifier toujours plus à Crabbe.

Par le biais de la crise que vit le protagoniste, Hugo Claus nous mène vers les pages les plus sinistres du flamingantisme. « Dans ce village, De Rijckel trouve un cloaque, dans lequel il finit par sombrer lui-même », explique Bart Meulemans. Vive la Flandre ! Ou pas ?

-

EN
toneelhuis.be/#!/en/production/de-verwondering

Hugo Claus described De verwondering (Wonder), the novel he wrote early on in his career, in 1962, as his best work. Racy, brutal, ugly, delightful and dark. And that is what adapter and director Bart Meuleman has in mind for his stage version of this kaleidoscopic novel.

The protagonist is Victor-Denijs de Rijckel, a 37-year-old English and German teacher, who leads a dead-end life after his divorce. When he sees a masked woman at the White Rabbit Ball in Ostend, his passions are aroused once again. He wants to meet that woman. A schoolboy, Albert Verzele, takes him on a journey through Flemish fields to a castle. It is home not only to the woman of his desires but, as it turns out, also the centre of veneration of a certain Crabbe, a fascist leader who mysteriously disappeared during the war. De Rijckel increasingly identifies with Crabbe.

Hugo Claus leads us through the protagonist’s crisis to the ugliest pages of flamingantisme, the Flemish Movement. “It is a cesspool that de Rijckel finds in that village and in the end he falls into it”, says Meuleman. “Vlaanderen boven” – Flanders for ever. Or not?

Loading more stuff…

Hmm…it looks like things are taking a while to load. Try again?

Loading videos…