1. Europees Programma LDD
    ‘LDD, de Eurorealisten’
    Inhoudsopgave
    1. Algemene Visie: Eurorealisme:
    - Confederatie
    - Europese Grondwet
    - Verdrag van Lissabon
    - Gezond Verstand in Europa
    2. Economisch Europa: Sterk fundament:
    - Regelzucht en betutteling
    - Interne markt
    - Protectionisme
    - Chaos financiele markten
    - Euro
    3. Consolidering Europa
    - Uitbreiding
    - Turkije
    - Vrijhandelszones
    - EU-macht
    4. Assertiever Europa:
    - Vrijheid van meningsuiting
    - Mensenrechten
    - Politie
    - Justitie
    - Immigratiebeleid
    1
    5. Zuiniger Europa:
    - Landbouwbeleid
    - Regionaal Beleid
    - Onderzoek en Ontwikkeling
    - Begroting
    - Financiering Europa
    - Institutionele afslanking
    6. Groenrechts Europa:
    - Klimaatverandering
    - Ecologische bangmakerij
    - Energieonafhankelijkheid
    - Kernenergie
    2
    1. Algemene Visie: Eurorealisme.
    Het Europese eenwordingproces is het beste dat Europa ooit is overkomen. Na
    eeuwen van godsdienstoorlogen, burgeroorlogen en wereldoorlogen hebben Europese
    staten ingezien dat samenwerking in een gemeenschappelijk kader toch beter is. Dat
    kader is de Europese Unie die nu 27 leden telt en waarvan Belgie tot de 6 stichters
    behoort. In 50 jaar is Europese eenwording gegroeid in omvang en diepgang. Zij is bij
    uitstek een liberaal project: een ruimte van democratie en stabiliteit met een interne
    markt waarop belemmeringen voor burgers en bedrijven worden weggenomen. De
    Belg kan vrij reizen, heeft een sterke munt tot zijn beschikking, verdient door de
    economische integratie gemiddeld duizenden euro’s per jaar meer en geniet van een
    groot scala aan producten. De oorspronkelijke doelen: nooit meer oorlog tussen
    lidstaten, economische welvaart en bescherming tegen dictaturen zijn ruimschoots
    gehaald. In de 21ste eeuw staat de Europese Unie echter voor nieuwe uitdagingen.
    - Hoe kan Europa een voldoende peil van welvaart en werkgelegenheid
    overeind houden om de kosten van vergrijzing te betalen?
    - Welke rol speelt Europa in een turbulente wereld?
    De balans van de Europese integratie is positief. Maar behaalde successen mogen ons
    niet aanzetten tot zelfgenoegzaamheid. Het mislukken van de Europese grondwet en
    de moeilijke ratificatie van het Verdrag van Lissabon geven aan dat er iets schort. De
    Europese burger is terughoudender geworden en ziet de EU steeds meer als een
    moloch die de eigen leefwereld bedreigt. Daarnaast is er een economische crisis.
    Geen enkele Europese leider zag die aankomen. Integendeel, ze baseerden hun
    begrotingen voor 2009 op overschatte groeipercentages. De kredietcrisis heeft Europa
    verrast omdat het te lang dacht dat het een ‘typisch Amerikaans’ verschijnsel was. De
    Amerikaanse hypotheekcrisis werd een bankencrisis, een kredietcrisis en is nu een
    globale economische crisis geworden, die zelfs de contouren van een jarenlange
    depressie kan aannemen. De storm was vanuit Amerika een jaar onderweg en toch
    werden Europese beleidsmakers overvallen. Dat getuigt van een verontrustend gebrek
    aan gezond beoordelingsvermogen. Er is bij de regerende Europese elite een
    schrikbarend deficiet aan realiteitszin.
    Europa spreekt en handelt altijd ‘namens’ en ‘voor’ de Europese burger maar die
    3
    burger komt er niet aan te pas. Niets is ‘door’ de Europese burger. Veel burgers zien
    de EU als een elite-project voor Eurocraten die ver weg staan van de problemen van
    alledag. Mensen hebben de indruk dat Europa op een paternalistische wijze te veel
    bedilzucht toont, dat de uitbreiding van 15 naar 27 lidstaten te snel is gegaan en dat
    kleine landen amper meetellen, laat staan invloedrijke regio’s. De mislukking van de
    Europese Grondwet die de weg moest effenen naar een federaal Europa veroorzaakte
    jaren van impasse en ruzies. Bijna een decennium werd verloren met intern
    constitutioneel gekibbel. Europa was bezig met zichzelf, terwijl de wereldeconomie
    ontspoorde. Geen enkele Europese instelling onderkende de ernst van de kredietcrisis
    en toen Europese leiders het eindelijk zagen, keken ze eerst naar hun eigen banken en
    spaarders. Het was ‘eigen bank eerst’. Europa was bezig met de eigen juridische
    doolhof, terwijl de Europese economie onderuitzakte, met een recessie als gevolg. De
    EU was ziende blind.
    Europa heeft daarom nood aan een reality-check wegens een belangrijke denkfout.
    Hele generaties Belgische Euro-politici handelden vanuit de idee dat de EU
    onafwendbaar zou afstevenen naar een federale staat. Oude Europese natiestaten
    zouden afsterven als kunstmatige entiteiten en ‘Brussel’ zou hun macht overnemen als
    een soort Europese regering, gefinancierd door een Europese belasting. Daarbij keek
    men naar het eenwordingsproces van de VS dat werd geboren uit 13 staten die tot het
    Britse Rijk behoorden. De VS begon in 1776 als een confederatie van 13 staten, maar
    werd met de grondwet van 1787 de federale staat zoals we die nu kennen. Europese
    federalisten willen een soortgelijk proces in Brussel. Maar die gelijkenis gaat niet op.
    Bij de Amerikaanse onafhankelijkheid waren die 13 staten koloniale nederzettingen
    die tesamen een natie gingen vormen, met een taal, een cultuur en een gezamenlijke
    identiteit. En zelfs dat proces verliep heel moeizaam want de ratificatie van de
    Amerikaanse grondwet mislukte bijna wegens fel verzet binnen grote staten, zoals
    New York. Uiteindelijk kwam er zelfs een burgeroorlog aan te pas voor Amerika de
    strakke federale staat werd zoals we die nu kennen. Amerika zag zich uiteindelijk one
    nation under God en is nu de meest diverse natiestaat ter wereld. Het Europa na de
    tweede wereldoorlog was een continent van moegevochten natiestaten met hun eigen
    cultuur, taal en geschiedenis. Die natiestaten hadden zich wederzijds uitgeput en
    konden in het beste geval nauw samenwerken. Maar zij kunnen niet opgaan in een
    ‘Europese natie’ met een taal en een cultuur. Wie dat toch probeert te doen, bouwt
    4
    luchtkastelen. Wie dat toch probeert, programmeert mislukkingen. De Verklaring van
    Laken van 2001 probeerde dat federaliseringsproces in werking te zetten, via een
    constitutionele Conventie en een Grondwet. Zoals in Amerika. Maar het mislukte,
    want het was een proces ‘voor’, ‘door’ en ‘met’ een Europese elite. De Europese
    burger was toeschouwer en stemde het project weg. Na het ‘neen’ van Frankrijk en
    Nederland dreigden nog zes negatieve uitslagen bij referenda. De Europese
    regeringsleiders vormden de ontwerp grondwet om tot het Verdrag van Lissabon,
    maar dat struikelde over een referendum in Ierland. ‘Brussel’ verdoemde Ierland dat
    dit najaar een tweede kans krijgt om ‘Ja’ te zeggen tegen het Verdrag van Lissabon.
    Als Europese burgers al mogen stemmen, moeten ze net zo vaak stemmen tot ze ‘Ja’
    zeggen. De Europese elite aanvaardt geen ‘Neen’.
    Deze federale idee werd echter een geloof van de Europese elite en wie niet meezong
    in het kerkkoor werd uitgeroepen tot de ketter van het Schuman plein. Kritische
    vragen mochten niet worden gesteld en het Euro-federalisme maakte zijn eigen
    cynisme: de Europese burger was dom en moest niet worden verveeld met te veel
    informatie. ‘Brussel’ wist beter en referenda waren gevaarlijk omdat het domme volk
    ‘neen’ kon zeggen op de prachtige voorstellen. Of zoals Geert Mak het omschreef:
    ‘De Europese elite koesterde een idealistische arrogantie’. De burger is voor die
    zelfbenoemde elite een ‘kind’ dat leiding nodig heeft. De Europese elite ziet zich als
    een avant garde, verheven boven het ‘nietswetende volk’. En als dat volk bij een
    referendum toch ‘neen’ zegt, dan zijn federale Eurocraten boos op het volk. Zij willen
    een volk dat volgt. Maar zij beseffen hun denkfout niet. Maar met de neergang van de
    Europese Grondwet en de uitbreiding van de EU naar 27, en straks meer dan 30 leden,
    is de kans op een federaal Europa met een Europese regering verkeken. De burgers
    willen het niet en veel nieuwe lidstaten, die vaak 40 jaar van communisme hebben
    ervaren, willen het ook niet. Zij willen niet ‘Moskou’ vervangen door ‘Brussel’.
    Tegenover de Euro-federalisten beschouwt LDD zich als partij van Euro-realisten.
    LDD ziet de EU als een confederatie van lidstaten die op een serie fundamentele
    beleidsterreinen bevoegdheden delen, en besluitvorming overdragen aan de
    instellingen in Brussel. Daarbij draait het in eerste instantie om de vier fundamentele
    vrijheden (vrij verkeer van personen, goederen, kapitaal en diensten) om een interne
    markt van 500 miljoen Europeanen te realiseren; de bakermat van de Europese
    5
    welvaart. De EU is echter niet beperkt tot een vrijhandelszone, maar is een politieke
    entiteit geworden met zaken als milieu, veiligheid, immigratie, globalisering, de
    gemeenschappelijke munt, vergrijzing, energieonafhankelijkheid,
    terrorismebestrijding. Europese eenwording is een oefening in ‘het mogelijke’. Nu het
    federale ideaal weg is, moeten wij ons richten op het ‘Europa van de feiten’. De vraag
    luidt: Wat kan de Europese Unie doen en waar liggen haar grenzen? De EU moet zich
    richten op kerntaken die bestaan uit gemeenschappelijke problemen die enkel
    gezamenlijk op een effectieve manier kunnen worden aangepakt. Europa herwint het
    vertrouwen van de burger dus niet met glanzende brochures, grote beloftes en
    ronkende persverklaringen. De EU moet prioriteiten stellen, doelstellingen formuleren
    die haalbaar zijn en het overige beleid overlaten aan nationale of regionale overheden.
    Er is een grens aan wat de EU kan en moet doen, zodat zij datgene wat zij moet doen
    ook effectief kan doen.
    De gelovige Euro-federalisten moeten die waarheid onder ogen zien: Europa is een
    verzameling van staten die grensoverschrijdende problemen samen aanpakken en
    daarvoor gezamenlijke regels opstellen. Een federaal Europa met één federale
    regering in Brussel komt er niet. Die trein is met de Big Bang uitbreiding vertrokken.
    De idee dat Europa zich naar een superstaat ontwikkelt, is zelfs contra-productief
    omdat de Europese burger dat niet wil. Zie de moeilijkheden bij referenda. Al is
    Belgie een afgezwakte natiestaat met sterk gelaagde identiteiten, de meeste lidstaten
    zijn wel herkenbare natiestaten. Het maximaal haalbare is daarom een confederatie
    van staten die zich richt op een aantal fundamentele kerntaken. Het opmerkelijk is dat
    Euro-federalisten de Eurosceptici in de kaart spelen doordat zij iets nastreven dat niet
    haalbaar is, en vervolgens aspecten van Europese eenwording zien mislukken. En dat
    is precies wat Eurosceptici willen.
    LDD is Euro-realistisch en aanvaardt de realiteit van een Europese confederatie met
    essentiele kerntaken. Daarbij bepalen de staten over welke beleidsterreinen zij samen
    besluiten en of zij bepaalde taken overdragen aan een onafhankelijke instelling zoals
    de Europese Centrale Bank die toezicht houdt op de Euro of de Europese Commissie
    die het concurrentie- en staatssteunbeleid uitvoert. Het Europees project heeft nood
    aan een dosis Gezond Verstand waarbij goed wordt gekeken naar de kerntaken, de
    effectiviteit van het besluitvormingsproces in Brussel, de besluitvaardigheid van
    6
    Europese instellingen en de rol van de burger die nu volledig is vervreemd. Veel
    burgers zien Europa als ongrijpbaar en onbegrijpelijk. Dat komt omdat de EU spreekt
    in code-taal, en soms wartaal. Wie in Brussel de taal van gewone burgers spreekt,
    wordt al snel uitgemaakt voor ‘populist’ of ‘anti-Europeaan’.
    Besluit:
    - LDD pleit voor Euro-realisme. De EU moet zich concentreren op een
    aantal hoofdtaken en haalbare doelstellingen formuleren. Op tal van
    beleidsterreinen is een reality-check nodig en moeten kritische vragen
    worden gesteld. Een Europese federale staat is een luchtkasteel.
    - LDD is schoorvoetend voor het Verdrag van Lissabon, als alternatief na
    de mislukking van de Europese Grondwet. Lissabon blijft echter veel
    gebreken vertonen, vooral ten aanzien van de institutionele
    vorminggeving van de Europese instellingen die topzwaar blijven.
    7
    2. Economisch Europa
    Europees beleid is binnenlands beleid en gaat de burger heel veel aan. De meeste
    wetgeving die wordt uitgevoerd door de Belgische of Vlaamse overheid komt uit de
    EU. Maar de bureaucratische molen van de EU heeft de neiging zich bezig te houden
    met de kleinste details waarover Europese Commissie, Europees Parlement en Raad
    van Ministers eindeloos vergaderen, terwijl deze instellingen bijvoorbeeld de
    kredietcrisis uit Amerika niet zagen aankomen. Zij verliezen zich in details zoals de
    vorm van bananen (recht of krom) of de maten van jampotten bij artisinale produktie.
    Elke individuele boer die jam of melk verkoopt op individuele basis, moet aan dikke
    pakken Europese voorschriften voldoen. Die regelzucht komt vanuit de mentaliteit die
    een ultieme uniformiteit nastreeft. ‘Brussel’ weet alles beter. In plaats van
    kaderrichtlijnen die werken met het principe van ‘wederzijdse erkenning’ heeft de EU
    de neiging de 27 lidstaten met detailwetgeving te harmoniseren. Dit leidt tot een
    nieuwe betutteling.
    Zo is de Vogel- en Habitatrichtlijn ontaardt in een ongekende regelzucht die elke
    vorm van economische vooruitgang frustreert. De Vogelrichtlijn dateert uit 1979 en
    heeft tot doel 187 vogelsoorten te beschermen door de instelling van ‘speciale
    beschermingszones’. De Habitatrichtlijn uit 1992 hanteert hetzelfde regime voor 500
    planten en 200 diersoorten. Deze richtlijn, ongetwijfeld gebaseerd op goede
    bedoelingen, heeft ongekende negatieve resultaten. Bij elk groot infrastructuur project
    wordt bestudeerd of er niet een zeldzaam diersoort in de knel komt; een broedende
    vogel, een slak, bever, vis of muis. Indien dit het geval is, wordt het bouwproject
    stilgelegd en moet er eerst plaatsvervangende huisvesting voor het dier worden
    aangelegd, en wel in de oorspronkelijk toestand zodat de zeldzame slak of bever zijn
    habitat terug heeft. De nationale politiek heeft de fout gemaakt deze richtlijn onnodig
    streng toe te passen, onder druk van de milieubeweging die de richtlijn aangrijpt om
    grote infrastructuur projecten tegen te houden. Het gevolg is ecologisch
    fundamentalisme: de bouw van bruggen, wegen, kanalen of tunnels loopt jarenlange
    vertraging op of gaat niet door. En kostbare landbouwgronden worden onder water
    gezet ten gunste van de nieuwe ‘habitat’. Daarmee heeft deze richtlijn averechtse
    effecten voor werkgelegenheid, verkeersveiligheid en economische groei. Zij
    vertraagt noodzakelijke infrastructuurprojecten en leidt tot uitwassen zoals het onder
    8
    water zetten van polders en het afbreken van boerderijen. Werk en landbouw worden
    geslachtofferd op het altaar van groen fundamentalisme. Daarom moet deze twee
    richtlijnen worden bijgesteld en hun toepassing versoepeld.
    De Europese gemeenschappelijke markt is de belangrijkste pijler van de Europese
    welvaart. De interne markt voor goederen, personen, kapitaal en diensten is de
    onderbouw van de Europese eenwording. Al het andere wordt daarop gebouwd. Als
    de Europese interne markt verbrokkelt, zakt het fundament van de Europese welvaart
    in elkaar. Vooral kleine landen hebben nood aan die Europese dimensie omdat hun
    thuismarkt te klein is. De Europese interne markt opent voor Vlaamse bedrijven de
    deur voor export naar mogelijk 500 miljoen consumenten. Voor Vlaanderen met zijn
    vele kleine- en middelgrote bedrijven is die Europese markt onontbeerlijk. Zonder die
    Europese markt zou Vlaanderen vervallen in acute armoede. Door het gebruiken van
    opportuniteiten op die Europese markt kan Vlaanderen zijn sociaal model schragen.
    Daar wordt het geld verdient voor onze uitkeringen en pensioenen. Zonder Europa
    zou Vlaanderen een sociaal kerkhof zijn.
    Sommigen grijpen de kredietcrisis aan om het einde van de vrije markt en het vrije
    ondernemerschap in te luiden. Vooral socialisten beweren dat de vrije markt deze
    crisis heeft veroorzaakt. Dat is niet waar. De economische crisis begon in de zomer
    van 2007 in de vorm van een hypotheekcrisis in Amerika. De Amerikaanse overheid,
    zowel Democraten als Republikeinen, wilde dat mensen met lagere inkomen een huis
    konden kopen. De ‘eigen woning’ werd gezien als hoogtepunt van sociaal beleid.
    Daarvoor pompten twee semi-publieke hypotheekfondsen, Fannie Mae en Freddy
    Mac, honderden miljarden dollars in de hypotheekmarkt. Deze fondsen kregen hun
    opdracht van het Amerikaanse Congres: zo veel mogelijk hypotheken verstrekken aan
    mensen met lage inkomens. Dat deden zij. Zelfs particuliere hypotheek- en
    commerciele banken werden gedwongen geld te lenen aan mensen die niet het
    vermogen hadden terug te betalen. Actiegroepen zoals Acorn zetten bankdirecteuren
    onder druk om die hypotheken te verstrekken, onder dreiging van negatieve
    publiciteit. Wat deed Amerika? Het voerde een ‘gratisbeleid’ op grote schaal, met
    gratis hypotheken voor grote huizen. Het was een Stevaert-koers op mega-schaal.
    Miljoenen burgers maakten aanspraak op dit gratisbeleid: geld had geen waarde en
    huizenprijzen stegen. Amerikaanse politici verspreidden de illusie dat velen rijk
    9
    konden worden zonder te werken. Amerika socialiseerde de onderkant van de
    huizenmarkt, als deel van sociaal beleid. Dit was onhoudbaar. Toen de rente steeg,
    konden huiseigenaars hun hypotheken niet meer aflossen en zakte de pyramide in
    elkaar. De oorzaak van de crisis was dus niet de vrije markt, maar politieke
    interventie ten behoeve van een ‘gratisbeleid’ op grote schaal. De vrije markt zou die
    goedkope hypotheken nooit hebben verstrekt. Deze hypotheekcrisis veroorzaakte een
    kettingsreactie die – via een banken- en kredietcrisis - leidde tot de globale
    economische crisis van nu. Ook Europa ondervindt de gevolgen. Maar het zou zeer
    gevaarlijk zijn de Europese interne markt in gevaar te brengen met verkeerde analyses
    en slogans als zou het vrije ondernemerschap de oorzaak van de crisis zijn. Dat is het
    populisme van socialistische politici die de herinnering aan hun eigen mislukte
    planeconomie willen uitwissen.
    Economen schatten dat de Europese interne markt de welvaart in de EU heeft
    verhoogd met 10% van het nationaal inkomen. Het productaanbod is aanzienlijk
    gegroeid en de kwaliteit van de producten wordt beter gecontroleerd. De Europese
    markt vergt voortdurend onderhoud en de Europese Commissie moet er dus op
    toezien dat landen die de regels aan hun laars lappen harder worden aangepakt.
    Daarom is reparatiewerk nodig om die markt beter te doen functioneren. De
    kredietcrisis heeft aangetoond dat het vrij verkeer van kapitaal in de EU niet gepaard
    ging met navenant toezicht op Europees niveau. Instanties in de afzonderlijke
    lidstaten zagen toe op beurzen en financiele produkten, zoals de CBFA in Belgie. Zij
    waren naar binnen gericht en zagen niet het gevaar van rommelaandelen uit de
    Amerikaanse hypotheekmarkt die door grote zakenbanken rond de wereld werden
    gepompt. Er was wel toezicht maar dat voldeed niet omdat toezichthouders waren
    onderworpen aan hetzelfde groepsdenken als CEO’s. Dat gold ook voor bedrijven
    zelf. Veel politici zaten in de Raad van Toezicht van Dexia, maar zij waren meer
    geinteresseerd in de zitpenningen dan in toezicht. De Belgische Haute Finance had
    toezicht op Fortis maar het collectieve adeldom in geldzaken ging roemloos onderuit.
    De top van Fortis was een Herensociëteit. Toezicht moet per definitie onafhankelijk,
    efficient en moedig zijn. Daarom is een Europese Toezichthouder nodig om grote
    kapitaalstromen en risicovolle financiële producten in de gaten te houden en te
    waarschuwen voor ontsporingen. Ook moeten kredietbeoordelende agentschappen, de
    10
    zogenoemde credit rating agencies, onafhankelijk van de bankwereld functioneren.
    Tijdens de hypotheekcrisis gaven zij aandelen uit de Amerikaanse hypotheekmarkt de
    beste beoordeling (de AAA-status) en durfden later hun inschatting niet bij te sturen
    omdat hun inkomsten afhankelijk waren van de banken waarvan zij de financiele
    produkten beoordeelden. Het vrij verkeer van kapitaal heeft vooral kundig en
    adequaat toezicht nodig dat de moed heeft tegen het groepsdenken op de beurzen in te
    gaan. Ook de Europese Unie moet op dit terrein de taak van marktmeester op zich
    nemen om de vrije markt te beschermen tegen desastreuze verstoringen. Een vrije
    markt betekent niet vogelvrij. Het betekent dat bedrijven vrij zijn te ondernemen op
    basis van spelregels waarop onafhankelijk instanties toezien.
    Ook het vrij verkeer van diensten is in de EU niet optimaal, terwijl deze sector 70
    procent van de Europese economie vertegenwoordigt. Het vrij verkeer van goederen
    is gebaseerd op het principe van ‘wederzijdse erkenning’ waarbij een produkt uit het
    ene lidstaat mag worden verhandeld in enig ander lidstaat. Bij honderden
    dienstverleners (van architecten tot consulenten en van reisbureaus tot
    modeontwerpers) is dat niet het geval. Een dienstverlener moet aan tal van
    bureaucratische en dure regels voldoen om het een ander EU-lidstaat te werken. De
    dienstenrichtlijn probeerde aanvankelijk op de dienstenmarkt hetzelfde systeem als op
    de goederenmarkt te realiseren. Maar na een protest, geinspireerd door protectionisme
    en angstmakerij, werd de richtlijn verwaterd en moeten dienstverleners alsnog tal van
    vergunningen bemachtigen in het land waar zij de dienst willen verlenen. LDD streeft
    ernaar bij de evaluatie van de dienstenrichtlijn een stelsel in te richten waarbij de
    Europese Unie de minimumvereisten voor de kwaliteit van dienstverleners formuleert
    die gelden in alle lidstaten. Een dienstverlener die hieraan voldoet wordt opgenomen
    in een EU-wijd computerstelsel waarin diens achtergrond kan worden getraceerd.
    Vervolgens kan de dienstverlener overal op de Europese markt zijn diensten
    aanbieden waarbij deze moet voldoen aan de wetgeving inzake arbeids- en
    consumentenbescherming in het land waar de dienst wordt aangeboden. Met het
    vlottrekken van een Europese dienstenmarkt krijgt de Europese economie een extra
    impuls. Protectionisme, zowel binnen Europa als tussen internationale
    handelspartners, schaadt de wereldeconomie. De Europese markt is de beste
    springplank voor Vlaamse bedrijven om ook buiten Europa competitief te zijn.
    Protectionisme is een banvloek die fataal is voor kleinere bedrijven in kleine landen
    11
    en moet daarom fel worden bestreden.
    Aan het vrije verkeer van goederen, personen, diensten en kapitaal wil LDD een
    vijfde vrijheid toevoegen: de vrijheid van kennis. Om de concurrentie met landen als
    de VS, India en China aan te kunnen moet de EU de aanwezige kennis in Europa
    beter benutten. Studenten moeten meer mogelijkheden krijgen in het buitenland te
    studeren en toptalent uit het buitenland moet actief worden aangetrokken. Er is
    momenteel te weinig ruimte voor kwaliteitsimmigratie wat bedreigend is voor de
    toekomst van de Vlaamse economie. Innovatie en technologische vernieuwing is niet
    mogelijk zonder mensen die dit proces een impuls kunnen geven. Wij moeten
    daarvoor open staan, in belang van onze eigen toekomst. Vrijwel alle innovatie en
    technologische vernieuwing komt uit de VS, van computertechnologie tot medische
    ingrepen. Amerika staat open voor mensen die vernieuwing gestalte kunnen geven,
    waar zij ook vandaan komen. Wij moeten kwaliteitsimmigratie verwelkomen want als
    wij dat niet doen wordt Vlaanderen een bejaardentehuis zonder financiering.
    Besluit: Om nog beter te profiteren van de interne markt is LDD van mening dat
    Belgie, eventueel in kopgroepen met gelijkgezinde Europese landen, moet streven
    naar:
    - een volledig vrije dienstenmarkt waarbij een dienstverlener uit een lidstaat in
    de hele EU diensten kan aanbieden.
    - een drastische vereenvoudiging van het BTW systeem, ter bestrijding van
    fraude en ter bevordering van administratieve lastenverlichting voor burgers
    en bedrijven;
    - de invoering van een gezamenlijk patent om uitvindingen in Europa te
    houden.
    - de invoering van een gemeenschappelijke grondslag voor de
    vennootschapsbelasting, ter vereenvoudiging van lasten voor het
    bedrijfsleven en ter verbetering van de transparantie en het
    investeringsklimaat. Op basis van de gemeenschappelijke grondslag kunnen
    lidstaten volop concurreren ten aanzien van het tarief in de
    vennootschapsbelasting.
    - De invoering van een Europese Toezichthouder op Europese
    12
    kapitaalmarkten en het onafhankelijk maken van kredietbeoordelende
    agentschappen, de zogenoemde credit rating agencies.
    - Bevordering van kwaliteitsimmigratie die mede gestalte geeft aan
    economische innovatie en technologische vernieuwing.
    - LDD vindt dat de Vogel- en Habitatrichtlijn moet worden versoepeld en
    minder dogmatisch moet worden toegepast.
    De Euro is belangrijk voor het functioneren van de interne markt. De gezamenlijke
    munt biedt burgers en bedrijven gemak, kansen en stabiliteit. Dankzij de Euro zijn de
    deelnemende landen beduidend minder kwetsbaar voor financiële crises. De
    kredietcrisis heeft dit aangetoond. Denemarken werd snel overtuigd van het nut van
    de Euro en nieuwe lidstaten zoeken nu snellere toegang tot de Eurozone. IJsland
    meende solo slim te zijn, maar ging de dieperik in. De kernwaarde van de Euro is
    monetaire stabiliteit en beperkte inflatie. Daarmee worden onze koopkracht en onze
    pensioenen gegarandeerd. Voorwaarde voor deze stabiele gemeenschappelijke munt
    is dat de gezamenlijke regels door alle landen nauwgezet worden nageleefd. Regels
    mogen niet door grote lidstaten worden overtreden zonder dat dit tot sancties leidt.
    Inzake de euro zijn alle deelnemende landen gelijk, maar de grote zijn ‘meer gelijk’
    dan de kleine. Indien EU-lidstaten die behoren tot de Eurozone de criteria van de
    Economische en Monetaire Unie ten aanzien van het begrotingstekort en de
    schuldenlast met voeten treden, erodeert de basis van de Euro en verbrokkelt het
    draagvlak. Dan is de ‘Geest van Guy Mathot’ weer uit de fles. Het gevolg is
    monetaire instabiliteit op het moment dat de kosten van de vergrijzing volop
    doorwegen. Dit is een sociaal rampscenario, een geprogrammeerd sociaal bloedbad.
    LDD is daar tegen.
    Daarom moeten Europese afspraken weer afspraken worden, met een begrotingstekort
    dat niet boven de 3 procent mag oplopen en een schuldgraad van maximaal 60
    procent. Belgie heeft een schuldgraad van 87 procent en er is derhalve weinig ruimte
    voor stimuleringsplannen omdat met een groot begrotingstekort de schuldgraad direct
    oploopt. Stimuleringsplannen werken dan ook niet omdat de burger het extra geld niet
    uitgeeft, uit vrees dat de overheid kort daarop dat geld via belastingverhogingen weer
    terugpakt. Belgie heeft evident minder ruimte voor stimulering dan landen met een
    13
    lagere schuldgraad. Tenzij men de fout van Mathot wil herhalen. Wij kampen nog
    altijd met de erfzonde van Mathot, minister van begroting in de regering-Martens.
    Een generatie heeft bijna dertig jaar geleden financiele roofbouw gepleegd. Daarvoor
    boeten wij nog steeds. De paarse regering had vanaf 2000 de kans tijdens de
    hoogconjunctuur overschotten te boeken. Maar dat deed zij niet; premier Verhofstadt
    en de PS maakten het geld op. Door niet te sparen tijdens de ‘vette jaren’ is er amper
    ruimte voor economische stimuli tijdens de ‘magere jaren’. Wat wij nu moeten doen
    is het versterken van de socio-economische, fiscale, electronische en fysieke
    infrastructuur van Vlaanderen zodat onze bedrijven op de eerste golf zitten zodra de
    wereldeconomie weer aantrekt. We moeten voor bedrijven – vooral voor
    zelfstandigen en kmo’s - de fiscale structuur sterk vereenvoudigen, de publieke
    subsidiemolen ontmantelen en tarieven verlagen, bijvoorbeeld door de invoering van
    een vlaktaks in de vennootschapsbelasting. Tegelijk kan men bedrijfswinsten die
    opnieuw worden geïnvesteerd in innovatie voorzien van het nultarief. Het
    arbeidsmarktbeleid heeft meer flexibiliteit nodig en geen invoering van een 32-urige
    werkweek die onmiddellijk een structurele werkloosheid veroorzaakt van meer dan 10
    procent en een nog veel hogere jeugdwerkloosheid. Versterking van de
    concurrentiepositie is een eerste vereiste om op de herstelgolf mee te kunnen.
    Daarvoor is een gezond ondernemingsklimaat nodig. Geld dat de overheid uitgeeft,
    moet eerst worden verdiend in de particuliere sector. Al het andere is poezie van valse
    profeten.
    Besluit: LDD houdt vast aan de criteria van de Economische en Monetaire Unie
    (EMU) die een sterke Euro moeten garanderen, zoniet raakt de ‘Geest van
    Mathot’ uit de fles op Europese schaal.
    14
    3. De grenzen van Europa
    De uitbreidingen hebben de EU tot de grootste economische markt van de wereld
    gemaakt en stabiliteit en democratie in voormalige dictaturen gebracht. Die
    uitbreiding was nodig voor de eenwording van het Europese continent. Zij was
    historisch want de scheiding tussen Oost- en West-Europa was kunstmatig, opgelegd
    door het communisme. Maar uitbreiding van 15 naar 27 lidstaten was een grote
    sprong. Daarom heeft de EU nu tijd nodig dit te absorberen omdat zij binnen Europa
    een grote welvaartskloof moet overbruggen. Een volgende uitbreidingsronde is
    daarom niet gewenst. Alleen kandidaat-lidstaten die nu reeds aan de
    toetredingsvoorwaarden voldoen vormen daar mogelijk een uitzondering op. Voor de
    rest moeten wij nu een pas op de plaats en de EU in de huidige samenstelling
    consolideren en verdiepen. De EU zit nu op de grens van haar vermogen tot cohesie
    en besluitvorming. Wij mogen geen risico nemen met sprongen in het duister onder
    het mom van voluntarisme want dit is het enige Europa dat we hebben. Er is geen
    plan-B.
    Sommigen noemen het ‘consolideren’ een gebrek aan visie. Wie te veel visioenen
    ziet, komt terecht bij de psychiater. Gezond verstand is vereist. Consolidering is al
    moeilijk genoeg. Als een land eenmaal lid is, wordt het makkelijk een dwarsligger,
    zoals Polen geregeld demonstreert. Bovendien blijkt het moeilijk corrigerend op te
    treden en is de wil om problemen als corruptie aan te pakken vaak gering, zoals
    Roemenie en Bulgarije tonen. EU-uitbreiding vereist brede steun in de maatschappij.
    Nooit mag het draagvlak voor het Europese project in gevaar worden gebracht door
    visioenen van voluntaristen.
    Verder zou er voor een exit-strategie moeten zijn voor landen die wensen uit de
    Europese Unie te stappen. Doch, net zoals de instapprocedure zou ook die strategie
    over verscheidene jaren moeten verlopen, dit om tegen te gaan dat opeenvolgende
    regeringen voortdurend uit en in de unie stappen.
    Een bijzondere positie neemt Turkije in. De oorzaak is dat de Europese Gemeeschap
    in 1963 een associatieakkoord sloot met Turkije waarin volledige toetreding tot
    Europa in het vooruitzicht werd gesteld. In 1963 was Europa enkel een
    15
    gemeenschappelijk markt in wording en tijdens de jaren tachtig heeft de toenmalige
    voorzitter van de Europese Commissie, Jacques Delors, veel onderdelen van de
    interne markt gerealiseerd. In 1995 trad Turkije toe tot de Europese interne markt, wat
    betreft het vrij verkeer van goederen. Intussen was de Europese Gemeenschap de
    Europese Unie geworden dat veel meer was dan enkel een interne markt. De EU was
    een politieke entiteit geworden. In 1999 begonnen de toetredingsonderhandelingen
    tussen de EU en Turkije.
    Het toetredingsperspectief was zonder enige twijfel goed voor Turkije. Dat proces
    heeft politieke en economische hervormingen gestimuleerd die kaderen in de
    modernisering van de Turkse economie. Maar een aantal gebeurtenissen van de
    laatste jaren laat zien dat Turkije eerder van Europa afdrijft dan dat er toenadering
    plaatsheeft. Zo past een eventueel verbod van de regerende AK partij door het Turkse
    Hof niet in een moderne democratie. Het is aan Turkije om te laten zien dat het zich
    daadwerkelijk tot een democratische rechtsstaat ontwikkelt die alle Europese regels
    overneemt. Denk daarbij aan de positie van de Koerden. Maar er zijn ook andere
    ontwikkelingen. Onlangs riep de Turkse premier Erdogan in Keulen Duitsers van
    Turkse origine op om niet te ‘assimileren’ in de Duitse samenleving. Hij noemde
    assimilatie een ‘misdaad’. Maar Duitsland is een fatsoenlijk Europees land waarin
    burgers van Turkse origine, in Duitsland geboren, zich het best assimileren in de
    Duitse maatschappij. Dat verhoogt hun toekomstkansen, terwijl daarentegen
    afzondering leidt tot een sociale apartheid. Die uitspraak roept vragen op over de
    intenties van de Turkse toetreding.
    LDD is geen voorstander van het Turkse lidmaatschap van de EU. De Europese Unie
    kan toetreding van Turkije, over tien jaar een land met honderd miljoen inwoners en
    potentieel de grootste lidstaat, niet absorberen. De EU zit nu al op de grens van het
    absorptievermogen en Turkije zou een brug te ver zijn. Bovendien is Turkije een
    relatief arm land en zou er binnen de EU een nog grotere welvaartskloof ontstaan.
    Europees beleid inzake landbouw en regionaal beleid zouden met Turkije als
    volwaardig lid uit hun voegen schieten. Turkije zou alleen kunnen toetreden als de
    EU enkel een ‘gemeenschappelijk markt’ zou zijn, zoals het dat was in 1963. Maar
    dat is het niet meer. De EU is een politieke entiteit. Met de toetreding van Turkije zou
    de EU geen stabiliteit exporteren maar instabiliteit importeren. De EU zou
    16
    handelingsonbekwaam worden. De EU kan Turkije niet absorberen na alle
    uitbreidingen van dit decennium. Indien Turkije zou toetreden, zouden ook de
    Oekraine, Moldavie, Georgie en Wit-Rusland op de Europese deur tikken en zeggen:
    ‘wij ook’. De Italiaanse premier Silvio Berlusconi heeft zelfs geopperd dat Rusland
    lid van de EU wordt, waarmee de Europese Unie zou grenzen aan Mongolie en Japan.
    Dat kan niet en is totaal onrealistisch. Dit proces is het einde van Europese
    eenwording. Erger zelfs: het maakt Europa tot een arm, achtergebleven en provinciaal
    continent dat geen enkele rol speelt in de wereld. Inzake uitbreiding heeft Europa
    geen nood aan bevlogenheid maar aan toegepast gezond verstand.
    De EU moet Turkije een ‘strategisch partnerschap’ aanbieden waarin Turkije alle
    economische en handelsvoordelen heeft zoals andere lidstaten, maar geen lid is van de
    EU. Turkije is een bevoorrechte partner. Ten aanzien van andere landen of gebieden
    die willen toetreden tot de EU, kan Europa vrijhandelszones aanbieden. Dit betekent
    dat landen in Noord-Afrika, het Midden-Oosten, Oost-Europa en de Kaukasus een
    beroep kunnen doen op vrijhandelsakkoorden die hen toegang geven tot de interne
    markt van 500 miljoen consumenten, mits hun produkten voldoen aan de Europese
    kwaliteitseisen. Ook moeten zij hun markten onderling openen. Dit heeft grote
    voordelen. De EU exporteert Europese standaarden naar landen van die
    vrijhandelszone, importeert produkten uit die zone maar Europese bedrijven krijgen
    ook makkelijke toegang tot markten binnen die vrijhandelszone. Dit is een socio-
    economische impuls voor niet EU-lidstaten in de ruime vrijhandelszone, terwijl de
    EU er een enorm afzetgebied bij krijgt. De vrijhandelszone is als het ware een
    brandladder die men ver kan uitschuiven. Zo stimuleert Europa buurtregio’s zonder
    dat het zelf handelingsonbekwaam wordt, wat het geval zou zijn als al de genoemde
    landen zouden toetreden tot de EU.
    De Europese elite is echter helemaal gefixeerd op het Turkse lidmaatschap en
    probeert het door te drukken. Na verloop van jaren zullen Europese onderhandelaars
    het resultaat op tafel leggen en zeggen dat Turkije lid kan worden. Het besluit tot
    lidmaatschap wil de Europese elite nemen en petit comite. LDD is daar tegen. Als de
    EU en Turkije zijn uitonderhandeld en de hoofdstukken worden afgesloten, dan is het
    woord aan de burger. Toetreding van Turkije heeft dermate grote gevolgen dat
    17
    democratische legitimatie van die stap nodig is. Daarom moet er, zodra de
    onderhandelingen worden afgesloten, een referendum komen, zowel in de EU als in
    Turkije. De Europese en Turkse burger moet het laatste woord hebben; niet de
    Eurocraten. De EU kan een Europa-wijd referendum houden volgens het principe van
    ‘1 persoon, 1 stem’. Het referendum verloopt niet volgens instemming per lidstaat via
    afzonderlijke referenda maar in een ‘algeheel Europees referendum’. Laat de
    Europese en Turkse burger oordelen.
    De Europese Unie is een economische reus maar een politieke dwerg. Dat
    verschijnsel doet zich vooral als de grote lidstaten van mening verschillen. Europa
    heeft tot nu toe altijd kunnen terugvallen op de militaire steun van de VS, maar het
    wordt tijd dat Europa meer verantwoordelijkheid neemt bij het voorkomen en
    oplossen van internationale conflicten binnen het kader van de Verenigde Naties.
    Europa moet een EU-macht vormen met vrijwilligers uit de lidstaten die worden
    ingezet bij vredeshandhaving in VN-kader. Deze EU-macht moet een operationele
    bevoegdheid hebben en krachtig kunnen optreden als vrede wordt gebroken of
    mensenrechten op grote schaal dreigen te worden geschonden. Deze EU-macht moet
    een krachtig wapen van de Europese Unie zijn om massamoorden en genocides te
    voorkomen. Dit is een belangrijke les uit het drama in Rwanda in 1994 en het drama
    in Oost-Congo nu. Europa heeft een humanitaire missie in de wereld. De EU huldigt
    in principe het beginsel van soft power maar deze is niet effectief als er geen middel
    van harde macht in de buurt is. Europa moet in de wereld staan met zelfvertrouwen en
    dit ook uitstralen, via de EU-macht die hoofdzakelijk, maar niet noodzakerlijkerwijs,
    functioneert in VN-kader. Het algehele buitenlands- en defensiebeleid blijft – binnen
    het kader van de Navo - in nauwe samenwerking met de VS plaatshebben. Verder
    pleit LDD voor het uitwerken van een sterke Europese militaire tak binnen Navo-
    verband onder het ESDI initiatief. Op Europees niveau pleiten wij voor meer
    samenwerking inzake materiaalprojecten onder toezicht van het EDA (dat eveneens
    een oogje in het zeil houdt rondom de Europese defensiemarkt).
    Besluit:
    - LDD wil voorlopig geen uitbreiding van de EU, met een uitzondering
    voor Kroatie.
    18
    - LDD vindt het lidmaatschap van Turkije een brug te ver.
    - LDD pleit na het einde van de onderhandelingen met Turkije met
    betrekking tot toetreding voor een EU-wijd referendum over Turks
    lidmaatschap.
    - LDD pleit voor een Vrijhandelszone ten aanzien van goederen met landen
    uit Noord-Afrika, Oost-Europa, het Midden-Oosten en de Kaukasus.
    Hiermee ontstaat een ‘grote economische ruimte’ waarin het concept van
    een gemeenschappelijke markt kan groeien.
    - LDD is voor een EU-macht voor het uitvoeren van vredestaken in het
    kader van de VN.
    - LDD pleit er ook voor dat de EU zijn verantwoordelijkheid neemt binnen
    de NAVO in gevaarlijke missies.
    19
    4. Assertiever Europa
    Hoewel de EU geen militaire mogendheid is, kan zij wel degelijk invloed in de wereld
    uitoefenen via niet-militaire middelen. Zo is de EU de grootste ontwikkelingsdonor
    van de wereld en moet zij dit middel beter gebruiken om goed bestuur en goed beleid
    te bevorderen. De EU had veel effectiever en harder moeten optreden tegen het
    regime van Robert Mugabe in Zimbabwe dat het land ten gronde heeft gericht. De EU
    is veel te beschroomd krachtige taal te laten horen en maatregelen te nemen. Zo kreeg
    Mugabe in Portugal zelfs spreekrecht op een top van Europese en Afrikaanse leiders.
    De Europese elite staat in de wereld als angsthazen en durft niet hard te zijn als het
    moet. Zij verschuilt zich achter grootse verklaringen en plechtige zittingen. Europa
    heeft de moed van de overtuiging nodig. Wanneer ontwikkelingsgeld door de leiders
    van ontvangende landen niet rechtmatig wordt besteed moet dit diplomatieke en
    financiële consequenties hebben, in plaats van zalvende verklaringen.
    De globalisering brengt grote voordelen met zich mee waarvan de EU profiteert. Maar
    doordat grenzen vervagen wordt het voor terroristen, producenten van kinderporno,
    mensenhandelaren, de maffia en andere criminelen gemakkelijker hun misdaden te
    plegen. De EU moet daarom meer middelen vrijmaken voor een Europese grens- en
    kustwacht om criminele activiteiten te voorkomen en ongewenste invoer en
    immigratie tegen te gaan.
    Europese politiekorpsen en inlichtingendiensten werken tot nu toe onvoldoende
    samen. Daarom moet Europol als een Europese FBI gaan functioneren, eigen
    opsporingsbevoegdheden krijgen en een gemeenschappelijke DNA-bank tot haar
    beschikking hebben. Veiligheid staat voorop maar men moet er wel op toezien dat de
    persoonlijke levenssfeer van Europese burgers niet onevenredig wordt aangetast.
    Europa moet haar waarden zoals de vrijheid van meningsuiting met moed verdedigen.
    De EU liet Denemarken in de kou staan tijdens de cartooncrisis. Ook Estland stond er
    tijdens de cyberaanvallen uit Rusland alleen voor. In dit soort gevallen moet de Unie
    zich onvoorwaardelijk achter haar lidstaten scharen. Ook hier reageert Europa vaak
    vanuit angst en neigt tot culturele capitulatie onder kritiek van islamitische leiders.
    Dat gebrek aan cultureel zelfvertrouwen ondermijnt de vrijheid van meningsuiting en
    20
    brengt Europa op een hellend vlak in de richting van een mentale dictatuur waarin
    alleen de politiek correcte opinie nog mogelijk is. Vrijheid van meningsuiting in de
    ruime zin van het woord is de essentie van een democratie en een wezenskenmerk van
    een open samenleving. Als Europa die ambitie opgeeft, is het einde van het
    Avondland nabij.
    Elk jaar spoelen duizenden asielzoekers in gammele bootjes aan op de kusten van
    Spanje, Italië en Malta. Europa kan deze toenemende stroom economische
    vluchtelingen niet opvangen, waardoor duizenden mensen in de illegaliteit
    verdwijnen. Het is tijd dat aan deze mensonterende situatie een einde wordt gemaakt
    door gezamenlijk optreden van de Europese Unie. Dat moet in de eerste plaats via een
    gemeenschappelijk asielbeleid waarbij asielzoekers worden opgevangen aan de grens
    van de EU, waar speciale administratieve centra de asielaanvraag in korte tijd
    beoordelen. Lidstaten aan de EU-grens met asielcentra krijgen daarvoor speciale
    financiele steun. Is dit een extreem voorstel? Nee, het werd voorgesteld door de Britse
    regering in 2003, en bepleit door de toenmalige premier Tony Blair.
    De EU moet de immigratie beperken en integratie bevorderen. EU-lidstaten mogen
    niet meer eenzijdig een regularisering afkondigen, zoals Spanje geregeld doet. Want
    in een interne markt waar personen vrij kunnen reizen heeft dit voor heel Europa
    gevolgen. Europa moet openstaan voor mensen die extra kennis brengen of politiek
    vluchteling zijn, maar voor economische vluchtelingen is geen plaats. We kunnen
    geen economische vluchtelingen toelaten uit derde landen, terwijl we nog
    overgansperioden hanteren voor werknemers uit nieuwe EU-lidstaten, zoals Polen,
    Roemenie en Bulgarije.
    Om vraag en aanbod beter op elkaar af te stemmen zijn duidelijke spelregels
    noodzakelijk. Om de migrantenstromen beter te beheersen moet, naast een strengere
    grensbewaking en de nadruk op opvang in de regio, een ‘Europese blauwe kaart’ met
    een puntensysteem worden geïntroduceerd. Deze kaart volgt het Canadese voorbeeld
    waarin het puntensysteem is gebaseerd op de vraag of de migrant een economische
    meerwaarde vormt. De lidstaten van de EU bepalen samen welke mensen ze nodig
    hebben om vacatures op te vullen. De lidstaten moeten natuurlijk wel zelf kunnen
    blijven bepalen of en hoeveel arbeidsmigranten ze op willen nemen.
    21
    Besluit:
    - LDD is voor een assertief Europa dat de vrijheid van meningsuiting
    verdedigt en schenders van mensenrechten op de vingers tikt. Europa
    moet meer cultureel zelfvertrouwen uitstralen en meer moed hebben.
    - LDD is voor de oprichting van een Europese FBI om misdadigers en
    terroristen op het hele Europese gebied te kunnen opsporen.
    - LDD is voor arbeidsimmigratie naar de EU via een ‘Europese blauwe
    kaart’. Europa moet daarvoor openstaan, mede om de eigen economische
    structuren te versterken. Voor asielzoekers moet er een
    gemeenschappelijk asielbeleid zijn waarbij asielzoekers zich moeten
    melden bij administratieve asielcentra aan de EU-grens, waar hun
    aanvraag in korte tijd wordt beoordeeld.
    22
    5. Zuiniger Europa
    Een werkbaar Europa kan zich niet veroorloven dat de Europese Rekenkamer geen
    goedkeurende verklaring geeft. 'Brussel' krijgt dan de schuld maar vaak wordt
    vergeten dat de lidstaten zelf 80% van de Europese begroting beheren. De Europese
    begroting is flink gegroeid, binnen het kader van de financiele perspectieven 2007-
    2013. De jaarlijkse EU-begroting is ongeveer 120 miljard euro en voor de periode
    2007-2013 is een bedrag van circa 860 miljard euro uitgetrokken. De EU is
    geevolueerd naar een meerjarenbegroting, waarin echter de prioriteiten niet helder
    worden gesteld. Het is opvallend dat de EU steeds meer taken op zich neemt of krijgt
    toegeschoven, en dat zij dientengevolge veel dingen onvoldoende kan doen. Circa 76
    procent van de begroting gaat naar landbouw- en regionaal beleid, terwijl voor
    innovatie en technologische vernieuwing naar verhouding weinig is uitgetrokken.
    Europa geeft veel uit voor het ‘beleid van het verleden’, maar weinig voor het echte
    toekomstbeleid. Europa is steeds meer gaan werken als een subsidiepomp zonder
    duidelijke sturing.
    In een tijd dat de vraag naar voedsel overweldigend is, is het niet nodig de
    voedselproductie te overmatig te subsidiëren. Zekere stabiliserende factoren zijn
    echter nodig voor een gegarandeerde voedselvoorziening omdat de voedselprijzen op
    de wereldmarkt enorme pieken of dalen te zien geven. De nadruk van de Europese
    subsidies ligt nu op directe inkomenssteun aan boeren en plattelandsontwikkeling.
    Hiermee is het landbouwbeleid tot een soort sociaal zekerheidssysteem geworden. Het
    Gemeenschappelijk Landbouwbeleid heeft zijn vroegere doelstellingen bereikt: een
    gegarandeerde voedselproduktie met een redelijke levensstandaard voor de boeren.
    Maar het is tijd het systeem te evalueren. De meeste landbouwsubsidies gaan niet naar
    individuele boeren wier bedrijven een gemiddelde omvang hebben, zoals vaak
    gedacht, maar naar de agrarische industrie en grootgrondbezitters, in sommige
    gevallen zelfs koninklijke families. Nu gaat 46 procent van de Europese begroting
    naar het Europees Landbouwbeleid. Dat is nog altijd te veel en het is onnodig. Het
    wordt tijd voor extra maatregelen om dat beleid te ontdoen van ongewenste
    neveneffecten.
    23
    - In de eerste plaats afschaffing van exportsubsides waarmee relatief duurdere
    Europese landbouwprodukten worden gedumpt op de wereldmarkt, vooral in
    ontwikkelingslanden. Dit is funest voor de arme boerenbevolking in die
    landen en ondermijnt elk effectief ontwikkelingsbeleid.
    - In de tweede plaats moeten landbouwprijzen zich meer richten op
    wereldmarktprijzen zodat Europese consumenten goedkopere producten
    kunnen kopen, terwijl de EU zich niet meer hoeft af te schermen tegen
    landbouwprodukten uit ontwikkelingslanden. Exporteurs uit arme landen
    hebben nu te maken met EU-tariefmuren om de eigen markt te beschermen.
    Europese landbouwprijzen kunnen tenderen naar wereldmarktprijzen, te meer
    omdat er nu een grote voedselbehoefte is in de hele wereld.
    - Ten derde moet duurzaam landbouw worden beloond, maar de EU kan het
    flankerend sociaal beleid en plattelandsontwikkeling beter overlaten aan de
    EU-lidstaten zelf. Boeren worden steeds meer hoeders van het platteland en
    beginnen activiteiten die minder te maken hebben met de specifieke
    voedselproduktie, zoals kinderboerderijen, toerisme, horeca of het exploiteren
    van golfbanen of visgelegenheden. Daarom is het beter het Europees
    landbouwbeleid te decentraliseren zodat nationale of regionale overheden zelf
    bepalen waar en hoeveel zij in plattelandsontwikkeling willen investeren. De
    boer moet weer ondernemer kunnen worden. Daarom moet de EU een einde
    maken aan het taboe over genetisch gemodificeerde organismen (GGO’s) dat
    in de rest van de wereld een integraal deel uitmaakt van het landbouwbeleid
    maar dat in Europa wordt verketterd als ‘Frankenstein voedsel’. Ook moet de
    ecologische overregulering worden tegengegaan want die is op het moment
    een grote bron van regelneverij. De boer is niet de vijand van de natuur, maar
    de vriend.
    Solidariteit is een belangrijk aspect in het proces van Europese eenwording. Rijke
    Europese landen moeten de armere lidstaten helpen zodat deze landen aansluiting
    vinden bij het Europese welvaartspeil. Het Europees Regionaal Fonds, dat ongeveer
    30 procent van de begroting inneemt, steunt ‘arme regios’ zowel in de armere als de
    rijkere lidstaten. Dit betekent in een EU met 27 lidstaten dat Brussel duizenden
    subsidieaanvragen uit alle streken van Europa moet beoordelen, financieren en
    controleren. Dit wordt te veel. De groei van de subsidieaanvragen blokkeert de
    24
    effectiviteit en controleerbaarheid. Daarom is er nood aan een nieuw principe: EU-
    lidstaten met een gemiddeld jaarlijks inkomen per hoofd van de bevolking boven het
    EU-gemiddelde moeten zelf hun arme regios steunen via gericht beleid. Dus geen
    Europees regionaal beleid voor de rijkere lidstaten. Op basis van duidelijke nationale
    plannen kunnen Europese subsidies direct naar de arme regio ́s gaan. De nationale
    autoriteiten van de ontvangende lidstaten zijn verantwoordelijk voor de besteding van
    het geld. Wanneer dit niet rechtmatig gebeurt en de doelstellingen niet worden
    verwerkelijkt, moeten landen het geld terug betalen en stopt de financiële steun. Voor
    Belgie betekent dit dat Wallonie sterker dan voorheen wordt gedwongen om serieus te
    werken van een economisch herstelplan.
    Ook Europa zelf moet zich afvragen of zijn werking niet efficienter en goedkoper
    kan. Een Europese Commissie met 27 Commissarissen is eigenlijk te groot, evenals
    een Europees Parlement van ruim 750 leden. Het Comite van de Regio’s is tot nu toe
    niet meer gebleken dan een veredeld reisbureau en heeft nooit voldaan aan de hoge
    verwachtingen die regios koesterden sinds het Verdrag van Maastricht van 1992. Het
    Comite brengt adviezen uit die nergens serieus worden genomen of zelfs worden
    weggelachen. Invloedrijke regio’s, zoals de Duitse, lobbyen in Brussel voor zichzelf
    omdat ze niet veel hebben aan het Comite van de Regio’s. Het Europees Parlement
    houdt het Comite van de Regio’s in de marge omdat parlementsleden het zien als een
    concurrent. Hetzelfde gebrek geldt voor het Economisch en Sociaal Comite (ESC).
    Het ESC is een deel van het Europese institutionele bouwwerk vanaf de oprichting
    van de Europese Gemeenschappen. Maar het is een praatbarak zonder enige
    aanwijsbare invloed. Adviezen gaan rechtstreeks naar de prullenbak. Het is
    opmerkelijk dat de EU instellingen en organen in het leven roept zonder deze ooit te
    evalueren. Er zou een ‘sun set clause’ moeten komen om – na een periode van 5 of 10
    jaar – de effectiviteit van een nieuwe instelling te onderzoeken en haar bij gebrek aan
    meerwaarde af te schaffen.
    Europese instellingen zijn door de uitbreiding topzwaar geworden en ze zijn niet meer
    efficiënt. Het aantal Commissarissen kan naar pakweg 17, terwijl het Europees
    Parlement aan circa 600 leden voldoende heeft. Het Comite van de Regio’s en het
    Economisch Sociaal Comite moeten een meer zinvolle rol spelen, anders komt hun
    bestaansrecht in gevaar. Vlaanderen heeft nu als wetgevende regio binnen Europa niet
    25
    veel aan het Comite van de Regio’s. Het is een fopspeen. Vlaanderen moet meer
    mogelijkheden krijgen om bij beleidsterreinen waar het bevoegd is het eigen politieke
    standpunt naar voren te brengen in de Raad van Ministers. De EU-Commissie moet
    ook efficienter. De Beneluxlanden kunnen het voorbeeld geven en mogelijk in de
    toekomst 1 Commissaris voordragen. Kortom: na de uitbreiding is Europa toe aan een
    kuur van afslanking. Om het vertrouwen van de Europese burger in de EU te
    versterken heeft de EU nood aan meer transparantie, meer democratie, een kleinere
    toplaag en meer democratische verantwoording. Zo kan men de kandidaat-
    Commissaris die een lidstaat voordraagt laten aanwijzen via een verkiezing uit 4 of 5
    geschikte kandidaten via een referendum, tegelijk met de Europese verkiezingen.
    Daar is geen enkele verdragswijziging voor nodig. Nu is de aanwijzing van een
    kandidaat-Commissaris de uitkomst van achterkamertjespolitiek waarbij partij- en
    persoonlijke belangen voorop staan. Doorgaans zendt men een kandidaat-
    Commissaris als beloning voor diens werken naar Europa of om van hem af te komen.
    De functie is een soort gouden politieke handdruk of een vergulde vertrekpremie. Laat
    Vlamingen bepalen wie de volgende Belgische Commissaris uit de Vlaamse
    kiesomschrijving wordt! Niet de top van de Belgische particratie. Pas democratie toe
    in Europa. Het kan.
    Deze hervormingen van het landbouwbeleid en het regionale beleid scheppen ruimte
    in de Europese begroting. Het vrijgekomen geld kan worden benut voor de
    financiering van een Europees beleid voor Onderzoek en Ontwikkeling want onze
    toekomstige economie zal hoogtechnologisch zijn, of zij zal niet zijn. Europa moet
    meer kijken naar toekomstgericht beleid. Er is dus ook geen enkele noodzaak voor
    een ‘Europese belasting’ waar veel Europese federalisten en voluntaristen van
    dromen. Zij zien een Europese belasting als een middel om ‘Europa dichterbij de
    burger’ te brengen. Dat is een gevaarlijke illusie want veel revoluties in de afgelopen
    eeuwen ontstonden na de invoering van een speciale belasting, zoals de Amerikaanse
    revolutie. Indien Eurocraten een ‘Europese belasting’ invoeren, riskeren zij dat het
    Berlaymont de nieuwe Bastille wordt, waar boze Europese burgers op het Schuman
    plein Europese kopstukken onthoofden. Als Euro-realisten wil LDD dit voorkomen
    omdat via hervormingen een Europese belasting volstrekt overbodig is. Wie nu
    werkelijk de EU om zeep wil brengen, moet de burger trakteren op een Europese
    belasting.
    26
    Besluit:
    - LDD wil het Europese landbouwbeleid beperken tot de marktordening
    waarbij prijzen tenderen naar wereldmarktprijzen. De lidstaten nemen
    zelf de plattelandsontwikkeling en ander flankerend beleid voor hun
    rekening.
    - LDD wil het Europees Regionaal Fonds beperken tot regio’s in EU-
    lidstaten die een geringer inkomen per hoofd van de bevolking hebben
    dan het gemiddelde EU-inkomen per hoofd. Dit betekent dat rijkere
    lidstaten hun eigen armere regio’s moeten bijstaan en het fonds is
    bestemd voor de armere lidstaten.
    - LDD is voor afslanking van topzware Europese instellingen, via een
    kleinere Europese Commissie, een kleiner Europees Parlement en voor
    evaluatie van het Comite van de Regio’s en het Economisch Sociaal
    Comite (ESC). Het Comite van de Regio’s heeft tot nu toe zijn
    meerwaarde niet aangetoond en kan wellicht als regionale ‘Tweede
    Kamer’ worden opgenomen in de structuren van het Europees
    Parlement. Vlaanderen moet zelf actiever op zoek om als wetgevende
    regio deel te nemen aan Europese besluitvorming, zoals in de Raad van
    Minister inzake beleidsterreinen waar het bevoegd is. Het ESC heeft geen
    enkele meerwaarde en kan worden opgeheven.. De Benelux-landen
    kunnen samen een Commissaris in de Europese Commissie voordragen.
    In de huidige toestand moet de Belgische kandidaat-Commissaris worden
    aangewezen via een referendum in de kiesomschrijving die hem of haar
    naar voren schuift. Dit kan tegelijk met de verkiezingen van het Europees
    Parlement. De burger moet bepalen wie de Commissaris wordt; niet de
    partijbonzen. LDD is voor een transparant, democratisch Europa.
    - LDD is tegen een Europese belasting omdat de Europese burger al wordt
    overbelast.
    27
    1. Groenrechts Europa
    Energie en milieu zijn twee kernstukken van het Europees beleid. De Europese
    afhankelijkheid van olie en gas is zorgwekkend. Europa is verslaafd aan olie als de
    junkie aan de naald. Zij voert 50 procent van haar energiebehoefte in: 45 procent van
    de olie komt uit het Midden-Oosten en 40 procent van het gas uit Rusland. Als er
    niets wordt gedaan, stijgt de afhankelijkheid van buiten de EU in 2030 tot 70 procent.
    Zelfs al wil de EU een eigen rol spelen op het wereldtoneel, die enorme
    afhankelijkheid van energie-import maakt haar chantabel. Nu al speelt Rusland de
    lidstaten uit elkaar door de energiebevoorrading in te zetten als politiek
    onderhandelingsinstrument. De gascrisis tussen Rusland, Oekraine en de EU laat dat
    duidelijk zien. Arabische olieleveranciers doen dat al sinds de jaren zeventig, terwijl
    Hugo Chavez, de president van Venezuela, zich heeft ontpopt tot stokebrand dankzij
    zijn olie-inkomsten. Vermindering van energie-afhankelijkheid is een prioritair
    strategisch doel.
    Een gezamenlijke energiepolitiek met een betere aansluiting van elkaars
    elektriciteitsnetten en gas- en oliepijpleidingen is dan ook noodzakelijk. Om dit te
    stimuleren moet de EU onderzoek en ontwikkeling bevorderen en de opbouw van
    trans-Europese energie- en infrastructuurnetwerken helpen financieren. Meer dan ooit
    heeft Europa behoefte aan een gemeenschappelijk energiebeleid.
    De EU moet een duurzaam milieubeleid nastreven, waarin bedrijven en consumenten
    worden gestimuleerd zuiniger te produceren en te consumeren. Europa moet wel
    realistisch zijn. Zelfs met wind-, bio- en zonne-energie zal Europa afhankelijk blijven
    van energie-invoer. In 2001 stelde de EU ten doel dat in 2010 12 procent van het
    Europese energieverbruik uit alternatieve energiebronnen zou komen. Dit doel werd
    niet gehaald. Na die mislukking stelt de EU een nog ambitieuzer doel: 20 procent
    hernieuwbare energie in 2020. Het is illusie-politiek om doeleinden te stellen die
    aardig klinken maar niet realistisch zijn. Grotere energie-onafhankelijkheid kan alleen
    worden gebreikt door inzet van atoomenergie. Belgie haalt 60 procent van zijn
    electriciteitsbehoefte uit kernenergie. De paarse regering besloot kernenergie vanaf
    2016 af te schaffen. Een volstrekt absurd besluit dat tot stand kwam onder druk van
    de groene lobby. Nu laat de regering studies verrichten om te zien of dat doel
    28
    ‘realistisch’ is. Het antwoord is evident: dat is het niet. Door politiek getreuzel weten
    exploitanten van Belgische kerncentrales niet wat de koers is. Investeren of niet?
    Doorgaan of stoppen? Belangrijke investeringen worden uitgesteld. Maar de
    ontwikkeling van kernenergie is niet stil blijven staan. Zo draaien in Finland al
    kerncentrales op hun eigen afval. Belgie heeft technologisch terrein verloren door
    politieke onzekerheid. Maar een ding is duidelijk: een Europees energiebeleid is
    onmogelijk zonder kernenergie.
    Het Europees milieubeleid komt steeds meer in het teken te staan van het
    ‘klimaatbeleid’. Europa wil de uitstoot van CO2-emissies in 2020 hebben verminderd
    met 20 procent in vergelijking met peiljaar 1990. LDD is voor een schoon milieu en
    voor vermindering van CO2-emissies. In dat licht is het ‘20 procentsdoel’ wenselijk.
    Maar LDD heeft daarvoor niet de angstmakerij en paniekzaaierij over
    klimaatverandering nodig. Het klimaat verandert al zolang de wereld bestaat.
    Groenland heet Groenland omdat het land vroeger groen was. Nu is het wit. De
    centrale vraag in het huidige klimaatdebat luidt: warmt de aarde op door toedoen van
    menselijke activiteit of niet? Die stelling kent voor- en tegenstanders. Europa heeft
    ijstijden gekend toen er amper mensen waren en geen industrie. Sommige
    wetenschappers stellen dat verwarming van de aarde wordt veroorzaakt door activiteit
    van de zon; niet van de mens. Kortom: we weten het niet. Een effectief milieubeleid
    wordt echter belemmerd door een theologisch debat over klimaatverandering waarbij
    een vorm van ecologisch fundamentalisme de boventoon voert. Wie de stelling dat
    klimaatverandering wordt veroorzaakt door menselijke activiteit niet steunt, wordt
    afgeschilderd als een ketter, een ongelovige of een klimaatscepticus. De discussie gaat
    niet meer over efficient beleid maar over ‘goed en kwaad’. Voor de milieubeweging
    is het argument van ‘menselijke activiteit’ als oorzaak van klimaatverandering
    essentieel. Daarmee treft de mens schuld en rechtvaardigt om menselijk gedrag van
    bovenaf te decreteren: de burger moet de auto uit, en vliegvakanties zijn uit den boze.
    Klimaatverandering wordt de ‘nieuwe duivel’ om de seculiere burger bang te maken
    en een schuldgevoel aan te praten. De klimaatlobby is een industrie op zichzelf, met
    voorop de voormalige Amerikaanse vice-president Al Gore als guru.
    Dezelfde discussie werd ook gevoerd in de jaren zeventig. Toen ging het om een
    rapport aan de Club van Rome waarin werd voorspeld dat in 2000 West-Europa zou
    29
    ten ondergaan aan vervuiling. De Rijn zou een riool worden en enkel de
    communistische landen zouden de dans ontspringen omdat zij een schoner milieu
    konden ‘plannen’. Het rapport aan de Club van Rome werd voorgesteld als een
    onbetwistbare waarheid. Wie het betwijfelde was een ketter. Maar het
    tegenovergestelde van wat de Club van Rome voorspelde, gebeurde. De Rijn werd
    een schone rivier waarin zalm zwom. Het ging steeds beter met het milieu. En
    uitgerekend communistische landen gingen aan vervuiling ten onder. Die vervuiling
    was een gevolg van hun ‘planeconomie’.
    Wat had de Club over het hoofd gezien? Technologische ontwikkeling. De Club van
    Rome nam aan dat technologische ontwikkeling van 1970 ongeveer gelijk zou
    blijven. Maar deze ontwikkelde zich tot ongekende hoogten. Auto’s werden schoner,
    afvalwater werd gezuiverd, fabriekspijpen werden van filters voorzien en warmte
    beter geconserveerd. Dankzij technologie ging het beter dan ooit met het milieu. Maar
    milieuactivisten wilden dat niet horen want alleen met ‘slecht nieuws’ konden zij hun
    basis in stand houden. Daarop ontstonden nieuwe discussies. Eerst werd er een
    ‘nieuwe ijstijd’ voorspeld totdat er enkele warme zomers kwamen. Daarna volgde de
    ‘zure regen’ maar die verdween even mysterieus als die was gekomen. En nu is het
    klimaatverandering, terwijl het klimaat altijd verandert.
    LDD is ‘groenrechts’. Het is voor een schoon milieu, maar bepleit een meer effectieve
    methodiek om dat te bereiken. Een theologische discussie over de aard van
    klimaatverandering heeft geen enkele zin. Zelfs klimatologen en kernfysici zijn het
    niet eens over de oorzaken van klimaatverandering. Wat belangrijker is, is een
    schoner milieu als eindresultaat. En de sleutel is niet duiveluitdrijving maar
    technologische ontwikkeling. Daar is geen ‘guru Gore’ voor nodig. Het is goed voor
    2020 strengere CO2-emissies te formuleren, zodat de industrie er via benchmarking
    naartoe kan werken. Wetgevers stellen een haalbaar doel waarna onderzoekers en
    industrie aan de slag gaan, met 2020 als horizon. Niets is krachtiger dan menselijke
    inventiviteit, niets is destructiever dan groene tunnelvisies.
    Opnieuw treedt de wet van de negatieve bijwerking in werking. Onder druk van de
    groene lobby zet de EU een systeem van verplichte emissiehandel in werking, waarbij
    bedrijven die de normen overschrijden elders ‘schone lucht’ kopen. De
    30
    energiebedrijven worden vanaf 2013 verplicht hieraan mee te doen. Dit leidt tot
    hogere kosten voor energiebedrijven en ongetwijfeld tot een hogere factuur voor
    Europese burgers. Daarna volgen energieintensieve sectoren als chemie, staal- en
    cementindustrie. Deze bedrijven worden verplicht voor tientallen miljarden euro’s
    ‘schone lucht’ te kopen, elders ter wereld. De grootste vervuilers, de VS, China en
    India, doen niet mee aan dit systeem. China bouwt zelfs elke week een nieuwe
    kolencentrale. Zonder roetflters. De EU doet het eenzijdig.
    Wat is het gevolg? De prijs van de aankoop van ‘schone lucht’ wordt doorberekend
    aan de consument, terwijl de concurrentiepositie van vele industriesectoren wordt
    verzwakt. Dit systeem wordt dan ook nog ingevoerd in een tijd van economische
    recessie. De chemie en staalbedrijven komen onder druk en verlaten Europa.
    Resultaat: werkloosheid. Bovendien is de emissiehandel nog fraudegevoeliger dan de
    beurshandel van Wall Street met hypotheekaandelen. Hoe controleert men de handel
    in lucht?
    De oplossing ligt in technologische ontwikkeling, niet in een dwangmatig systeem dat
    uitmondt in emissiefraude. De emissiehandel is eigenlijk een indirecte milieubelasting
    waarmee de politiek tientallen miljarden aan subsidies kan rondpompen. Het systeem
    is ondoorzichtig, bureaucratisch en duur. De Deens milieu-deskundige Bjorn
    Lomborg maakte onlangs duidelijk dat een massieve investering in onderzoek en
    ontwikkeling van energiebronnen met een lage CO2-uitstoot veel effectiever en
    goedkoper is dan de emissiehandel. In grote delen van de wereld is zonne-energie een
    uitkomst. Bedrijven moeten geld kunnen investeren in ‘schone produktie’, niet in de
    ‘luchthandel’. De emissiehandel onttrekt kapitaal aan bedrijven dat zij kunnen
    besteden aan onderzoek en ontwikkeling voor schone produktie. De EU kan nieuwe
    lidstaten met relatief veel kolencentrales het best helpen met directe investeringen,
    mede gefinancierd vanuit structuur en cohesiefondsen. De omweg van emissiehandel
    is overbodig.
    Ook hier zijn kerncentrales essentieel voor lagere CO2-uitstoot want zij hebben
    helemaal geen CO2-emissie. Kerncentrales worden moderner en kunnen binnenkort
    hun eigen afval recycleren. Maar atoomenergie is al decennia de vijand van
    ecologische fundemantalisten. De auto wordt schoner en de wereld staat voor een
    31
    revolutie in de transportsector als de VS massaal overstappen op electrische wagens
    en motoren met flexibele brandstofgebruik. De technologie is er. De produktie voor
    massale consumptie moet op gang komen. Kerncentrales, electrische auto’s; dat zijn
    oplossingen. Voor electrische auto’s is meer electriciteit nodig en de enige
    energiedrager die dat op korte termijn kan realiseren is atoomenergie. Kortom: we
    kunnen een schoner milieu bereiken zonder angstzaaierij. De burger kan zijn auto
    houden en zijn vliegvakanties. Maak de mensen niet bang, maar doe een beroep op de
    vrijheid en de inventiviteit van de mensheid.
    Besluit:
    - LDD is voor uitbreiding van kernenergie, als stap naar meer energie-
    onafhankelijkheid. Europa heeft een gemeenschappelijk energiebeleid
    nodig die energieonafhankelijkheid als strategisch doel voorop stelt.
    - LDD verzet zich tegen ecologisch fundamentalisme in de klimaatdiscussie.
    Het klimaatdebat moet praktisch gericht zijn en niet theologisch. Een
    schoner milieu is een gevolg van technologische ontwikkeling zoals de
    electrische auto. Vervang fraudegevoelige emissiehandel door massieve
    investeringen in onderzoek en ontwikkeling van energiebronnen met een
    lage CO2-uitstoot.
    32

    # vimeo.com/4708588 Uploaded 1,038 Plays 0 Comments
  2. Een prachtig filmpje over ontbossing en de gevaren ervan. De bedoeling is om de kijker mee te laten leven over het milieuprobleem door relevante beelden te gebruiken in zijn omgeving om de interesse en medeleven op te wekken.

    # vimeo.com/36823491 Uploaded 251 Plays 0 Comments
  3. A college project for the Media College Amsterdam.

    Girl Svea van der Togt
    Score Ludovico Einaudi - Indaco
    Dir/Edit/Dop Nikolai van Nunen

    # vimeo.com/28890512 Uploaded 173 Plays 0 Comments
  4. # vimeo.com/27290272 Uploaded 34 Plays 0 Comments
  5. # vimeo.com/12093630 Uploaded 22 Plays 0 Comments

Milieupolitie

milieupolitie

http://www.milieupolitie.nl

Browse This Channel

Shout Box

Heads up: the shoutbox will be retiring soon. It’s tired of working, and can’t wait to relax. You can still send a message to the channel owner, though!

Channels are a simple, beautiful way to showcase and watch videos. Browse more Channels.